De laatste jaren is er behoorlijk veel veranderd aan het motorkoelsysteem. De eerste systemen met een kenveld geregelde thermostaat dateren alweer uit begin van deze eeuw. Waar eerder werd gesproken over motorkoeling spreken we bij moderne verbrandingsmotoren over warmtemanagement. De kenveld geregelde thermostaat is inmiddels vervangen door de elektronisch geregelde koelvloeistoftemperatuurregelaar. De meeste koelsystemen hebben of een elektrisch aangedreven waterpomp of een conventionele mechanisch aangedreven waterpomp ondersteund door een extra waterpomp welke elektrisch aangedreven is.

Regelmatig krijgen we op onze Servicedesk vragen over het hoe en waarom van deze koelsystemen. Veel monteurs vinden dat het allemaal onnodig moeilijk wordt gemaakt. “Vroeger was al deze elektronica niet aanwezig en werd de motor toch prima gekoeld,” is een veel gehoorde opmerking.

Wat de fabrikanten echter met al deze veranderingen hebben bereikt, is dat de motortemperatuur geregeld wordt afhankelijk van de omstandigheden waarin de motor zicht bevindt. Als de motor weinig vermogen hoeft te leveren, kan de werktemperatuur omhoog (110oC). Bij een hogere motortemperatuur is de inwendige weerstand lager wat een gunstiger verbruik en lagere uitstoot met zich meebrengt. Als de motor veel vermogen moet leveren, gaat de werktemperatuur juist omlaag (90oC), omdat bij een lagere temperatuur de vullingsgraad hoger is wat resulteert in een hoger motorkoppel.

De motortemperatuur wordt gecontroleerd en geregeld door het motormanagementsysteem, welke hier de volgende componenten voor gebruikt:

  • Elektrisch aangedreven (extra) waterpomp
  • Kenveld geregelde thermostaat/elektronisch geregelde koelvloeistoftemperatuurregelaar
  • Koelvloeistoftemperatuursensor op motoruitgang
  • Koelvloeistoftemperatuursensor op radiateuruitgang

De regeling kan plaatsvinden in meerdere kenvelden, de gewenste motortemperaturen voor deze kenvelden zijn vastgelegd in het motormanagementsysteem en kunnen er als volgt uit zien:

Bedrijfstoestand/kenveld Gewenste motortemperatuur
Economy/laag motorvermogen 110oC
Normaal 100oC
Power/vol motorvermogen 90oC

Door het toepassen van een elektrisch aangedreven (extra) waterpomp kan de koelvloeistof volumestroom aanpast worden aan de wensen van het motormanagementsysteem. De vloeistof doorstroming is dus niet meer afhankelijk van het motortoerental. De kenveld geregelde thermostaat/elektronisch geregelde koelvloeistoftemperatuurregelaar regelt in principe hetzelfde als de alom bekende wasthermostaat. Het verschil is dat het waselement niet alleen door de omringende koelvloeistof verwarmd wordt, maar ook door een elektrisch verwarmingselement welke door het motormanagementsysteem aangestuurd wordt. Door deze aansturing en de regeling van de koelvloeistofstroom kan de motortemperatuur constant geregeld worden, met de gewenste motortemperatuur in de kenvelden van het motormanagementsysteem als leidraad.